| Interactief leren cruciaal bij opkomende technologieën |
|
Bij opkomende technologieën, waarbij kennis uit verschillende wetenschapsgebieden moet worden gecombineerd, is interactief leren van cruciaal belang. In dit proces speelt vooral nog-niet gepubliceerde ‘stille’ kennis een grote rol. De uitwisseling van deze kennis helpt in een vroeg stadium partijen die aan de ontwikkeling van een nieuwe multidisciplinaire technologie werken, vertrouwen in elkaar te krijgen, een gezamenlijke visie te ontwikkelen en te definiëren welke nieuwe kennis en welke innovaties nodig zijn. Onderzoeker Rens Vandeberg van het Departement Innovatiestudies van de Faculteit Geowetenschappen bij de Universiteit Utrecht heeft dit proces voor het eerst in detail geanalyseerd, beschreven in een model en dat getoetst aan twee consortia in de nutrigenomics. Nutrigenomics is de wetenschap die kijkt naar de relatie tussen voeding, genen en de kans op ziekte. Het model, FILET gedoopt, kan fungeren als checklist voor het opzetten en met succes ten verlopen van consortia die aan opkomende technologieën werken. Vandeberg hoopt op 8 mei 2009 op zijn onderzoek te promoveren. Kenmerkend voor deze technologieën is dat ze een multidisciplinaire basis hebben. Tal van vakgebieden en dus even zovele specialismen, dragen aan de ontwikkeling ervan bij. Er zijn dus ook partijen en belanghebbenden (in het jargon stakeholders genoemd) met even zovele verschillende expertises. Geen van hen beschikt over het totaal aan vereiste kennis en dus is samenwerking, inbreng en uitwisseling van kennis door de verschillende partijen die zich in dit stadium vaak in consortia verenigen, een absolute voorwaarde om de technologie te kunnen ontwikkelen en te innoveren. Het proces dat zich in deze vroege fase afspeelt kan men beschouwen als interactief leren. Dat dit van groot belang is, heeft eerder onderzoek al aangetoond. Hoe dit proces in de praktijk precies verloopt, is niet eerder in detail bestudeerd. Onderzoeker Rens Vandeberg heeft nu, gefinancierd vanuit het NWO/NGI-programma “De Maatschappelijke Component van Genomics-onderzoek”, een model ontwikkeld dat dit proces in detail beschrijft. Hij heeft zijn model, FILET gedoopt naar het acroniem voor Framework for Interactive Learning in Emerging Technologies, bij twee bestaande consortia in de nutrigenomics, waaronder het Nederlandse Nutrigenomics Consortium, getoetst en het blijkt goed te voldoen. Het model maakt inzichtelijk welke stappen in het proces worden doorlopen en hoe die bijdragen aan een succesvol verloop. Beleidsmakers en partijen die consortia opzetten kunnen het model gebruiken als een soort checklist om te zorgen dat alle noodzakelijke stappen in de samenwerking worden gezet, herkend en op een goede manier ingericht. Het model maakt bijvoorbeeld helder wat er nodig is voor het opbouwen van vertrouwen en het opstellen van contracten. Het maakt bijvoorbeeld ook duidelijk dat je als beleidsmaker niet bij voorbaat toepassingen moet eisen van het vereiste fundamentele onderzoek, en dat het ontwikkelen van indicatoren voor de tacit kennis nuttig is voor de evaluatie van consortia. Vandeberg werkt intussen in dienst van de Technologiestichting STW voor NanoNed, typisch zo’n consortium op het gebied van nanotechnologie. Daar gaat hij zijn model in de praktijk toepassen. Voor de redactie: Meer informatie bij Rens Vandeberg, Technologiestichting STW, e-mail This e-mail address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it , telefoon 030 – 6001 357. De titel van het proefschrift is “Innovation through collaboration. Interactive learning in nutrigenomics consortia”. Vandeberg hoopt er op 8 mei 2009 aan de Universiteit Utrecht op te promoveren. Dit is een gezamenlijk persbericht van de Universiteit Utrecht, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de Technologiestichting STW. |